Naar inhoud
D Didier Willaert

Vruchtbaarheidsprofielen in België en andere Europese landen

Hoe verschuift de vruchtbaarheid naar leeftijd van de moeder in de tijd, en hoe verhoudt de recente daling van het TVC in België zich met andere Europese landen?

Inhoudsopgave Toon Verberg

Onderzoeksvraag

Tussen 2015 en 2024 daalde het totaal vruchtbaarheidscijfer (TVC) in de meeste Europese landen. Als periodecijfer zegt het TVC echter niet op welke leeftijden de vruchtbaarheid verandert. Dat is wel belangrijk: wanneer vrouwen hun kinderen later krijgen, verschuift het leeftijdspatroon naar oudere leeftijden en daalt het TVC tijdelijk, ook als ze uiteindelijk evenveel kinderen krijgen. Dat uitstel past in het bredere verhaal van de Tweede Demografische Transitie (Lesthaeghe & van de Kaa, 1986): een hogere onderwijsparticipatie en arbeidsmarktdeelname van vrouwen en een gewijzigde kijk op partnerschap en ouderschap maken dat vrouwen later aan kinderen beginnen.

Deze analyse beschrijft daarom hoe het leeftijdspatroon van de vruchtbaarheid verschuift, aan de hand van twee vragen:

  • op welke leeftijden de vruchtbaarheid in België tussen 2000 en 2024 is gedaald of gestegen, en hoe de leeftijd van de moeder per geboorterang is geëvolueerd;
  • hoe de daling van het TVC en de verschuiving van het leeftijdspatroon in België zich in de periode 2015-2024 verhouden tot andere Europese landen.

Of vrouwen uiteindelijk minder kinderen zullen krijgen, kan pas met cohortgegevens worden beantwoord en valt buiten deze analyse (zie Data & methodologie).

Data & methodologie

Databronnen

We gebruiken twee bronnen uit de Eurostat-databank:

  • demo_frate — leeftijdsspecifieke vruchtbaarheidscijfers van vrouwen voor individuele leeftijden van 15 tot en met 49 jaar, jaarlijks in de periode 2000–2024 (geraadpleegd op 26/9/2026).
  • demo_find — TVC, gemiddelde leeftijd van de moeder bij alle geboorten en naar rang van de geboorte, eveneens jaarlijks voor de periode 2000–2024 (geraadpleegd op 26/9/2026).

Eigen bewerking (o.a. lineaire interpolatie, zie Landenselectie).

Landenselectie

Er werden 33 landen met voldoende recente data geselecteerd. Litouwen (2 van 7 leeftijdsgroepen ontbreken in 2024), het Verenigd Koninkrijk (geen Eurostat-rapportage na de Brexit) en Oekraïne (geen gegevens door de oorlog) ontbreken. Voor vijf landen met een geïsoleerde data-onderbreking (Duitsland 2023, Moldavië 2016, Georgië en Turkije 2021, Albanië 2019 en 2023) werd een lineaire interpolatie toegepast. IJsland, Liechtenstein, Malta en Montenegro zijn niet weerhouden in het Europese overzicht vanwege de lage bevolkingsaantallen.

Periode- versus cohortvruchtbaarheid

Alle hier gepresenteerde cijfers zijn periodegegevens: ze meten het geboortepatroon van één kalenderjaar over alle leeftijden heen. Ze zijn niet hetzelfde als het uiteindelijke kindertal van vrouwen uit een bepaalde geboortegeneratie (cohortvruchtbaarheid). Een daling van het periode-TVC kan deels een tempo-effect zijn: als vrouwen kinderen uitstellen, daalt het TVC tijdelijk, ook als het kindertal van de cohorten gelijk blijft. Pas als dat kindertal zelf daalt, is er sprake van een quantum-effect. In de Human Fertility Database is 1982 de jongste Belgische cohorte waarvoor een voltooid kindertal beschikbaar is. De vrouwen die de recente daling van het TVC vooral dragen, geboren in de jaren 1990, zijn nog volop in de vruchtbare leeftijd. Of zij uiteindelijk minder kinderen krijgen, is dus nog niet te zeggen.

Resultaat

Leeftijdsspecifiek vruchtbaarheidsprofiel van België, 2000–2024

Het TVC in België daalde van 1,67 in 2000 naar 1,44 in 2024 (−0,23 kinderen per vrouw). Tegelijk steeg de gemiddelde leeftijd bij de geboorte van 28,8 naar 31,1 jaar. De piekwaarde van de leeftijdscurve daalde van 140 geboorten per 1000 vrouwen (op 29-jarige leeftijd) naar 119 geboorten per 1000 (op 30-jarige leeftijd).

De interactieve figuur hieronder toont hoe de leeftijdscurve jaar per jaar verschuift. Op het eindframe wordt getoond welke leeftijden bijdragen aan de daling (blauw) en welke nog een positief saldo hebben (rood). Het staafdiagram eronder vat die bijdragen per 5-jaarlijkse leeftijdsgroep samen.

De jaarlijkse evolutie van het vruchtbaarheidsprofiel in België tussen 2000 en 2024

2000

Piekwaarde (geboorten per 1 000 vrouwen)

140

Gemiddelde leeftijd (alle geboorten)

28,8

TVC

1,67

Geboorten per 1 000 vrouwen Leeftijd van de moeder (jaar)

Bijdrage per leeftijdsgroep aan de verandering van het TVC, 2000–2024

Bron: Eurostat (demo_frate / demo_find)

De evolutie van het vruchtbaarheidsprofiel in Europa tussen 2015 en 2024

Klik op de figuur van een land voor meer detail · het getal in de figuur is de verandering van het TVC

Niet weergegeven: IJsland, Liechtenstein, Malta en Montenegro (te klein). Litouwen, het VK en Oekraïne: onvoldoende recente data.

Bron: Eurostat (demo_frate / demo_find)

De bijdrage per vijfjaarlijkse leeftijdsgroep maakt het onderliggende mechanisme zichtbaar. De groep 25–29 jaar is de grootste verliezer (afname van het TVC met 0,24 kinderen per vrouw). De groepen jonger dan 30 zijn samen verantwoordelijk voor vrijwel de hele daling. De groepen 35 jaar en ouder compenseren gedeeltelijk (de groep 35–39 jaar draagt +0,10 bij, maar dat weegt niet op tegen de verliezen op jongere leeftijd). Opmerkelijk: de groep 30–34 jaar droeg tot circa 2010 nog positief bij, maar is nadien ook in de min gegaan.

Uitstel of echt minder kinderen? Een opdeling naar geboorterang

Om te begrijpen of de daling van het TVC eerder een kwestie van uitstel dan van gezinsverkleining is, kijken we bijkomend naar de gemiddelde leeftijd van de moeder per geboorterang in België. Een duidelijke verschuiving naar oudere leeftijd vindt plaats bij alle geboorterangen, maar is het meest uitgesproken bij de geboorte van het eerste kind: van 27,0 jaar in 2000 naar 29,6 jaar in 2024, een stijging van 2,6 jaar. Voor het tweede kind steeg de gemiddelde leeftijd met 2,3 jaar (van 29,4 naar 31,7 jaar), voor het derde kind met 1,8 jaar (van 31,3 naar 33,1 jaar) en voor het vierde en volgende kind met 1,4 jaar (van 33,5 naar 34,9 jaar).

Minstens even veelzeggend is wat er niet verandert: het aandeel eerste, tweede en derde geboorten in het totaal bleef tussen 2000 en 2024 vrijwel constant (45,9% → 45,5%, 33,2% → 34,2%, 13,5% → 12,5%). De redelijk stabiele percentages per geboorterang wijzen erop dat vrouwen die aan kinderen beginnen hun gezinsgrootte niet massaal verkleinen. Deze percentages zeggen echter alleen iets over de verhouding tussen de geboorterangen onderling, niet over het absolute vruchtbaarheidsniveau.

Bovendien compenseert de recuperatie op hogere leeftijden de daling op jonge leeftijden slechts gedeeltelijk: de geboorten op leeftijden boven 30 jaar stegen met minder dan de helft van wat er onder 30 jaar verloren ging. Of dit een tijdelijk tempo-effect is dat later volledig wordt ingehaald, of een reële daling van het uiteindelijke kindertal, is pas definitief te beantwoorden wanneer de jongere generaties de reproductieve leeftijd volledig hebben doorlopen. Recente cross-nationale analyses wijzen er intussen op dat de verwachte recuperatie bij vrouwen van 35 jaar en ouder uitblijft of sterk vertraagd is, een patroon dat in vrijwel alle onderzochte hoge-inkomenslanden zichtbaar is, ook in België (Zeman & Winkler-Dworak, 2026).

Europees overzicht van de periodevruchtbaarheid, 2015–2024

Hoe verhoudt de evolutie van de vruchtbaarheid in België zich tot die in de andere Europese landen? De tegelkaart hierboven toont 33 landen. Een aantal patronen springen er uit:

  • De daling van het TVC is het sterkst in Noord-Europa en Turkije: Letland (−0,46), Estland (−0,40), Zweden (−0,42) en Finland (−0,40) kennen de grootste afname. Turkije kende met −0,66 de sterkste absolute daling van alle landen.
  • In delen van Oost-Europa is het beeld omgekeerd: Moldavië (+0,24), Servië (+0,18) en Bulgarije (+0,08) laten een stijging zien, maar vanuit een lager basisniveau.
  • In vrijwel alle landen waar het TVC daalt, verschuift het leeftijdsprofiel tegelijk naar rechts. Het is geen uniforme afname, maar een structurele verschuiving qua timing.

Technische uitwerking

De analyse is uitgevoerd in R (tidyverse) en de interactieve figuren zijn gebouwd in JavaScript/SVG (en geïntegreerd in Astro) met behulp van Claude AI (Anthropic).

Mogelijke toepassingen

Deze analyse maakt zichtbaar hoe vruchtbaarheidspatronen verschuiven naar hogere leeftijden, maar zegt niet hoeveel kinderen jongere generaties uiteindelijk zullen krijgen. Zulke inzichten kunnen lokale en regionale besturen, scholen en (zorg)organisaties helpen demografische veranderingen mee te nemen in vraagstukken rond wonen, zorg en onderwijs. Hebt u een vergelijkbare vraag? Ik denk graag mee over een passende analyse.

Neem contact op

Bibliografie

Samenwerken

Heb je een onderzoeksvraag?

Ik help je graag verder.