Inhoudsopgave Toon Verberg
Onderzoeksvraag
Hoe zijn de binnenlandse migratiesaldi van de Vlaamse gemeenten met het Brussels gewest geëvolueerd tussen 1995 en 2025, en welke ruimtelijke verschuivingen zijn daarbij opgetreden?
Context
Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest verliest al decennialang inwoners aan de rest van het land door binnenlandse of interne migratie. Dit proces van stadsvlucht of suburbanisatie kende verschillende golfbewegingen: sterk negatieve interne migratiesaldi in de jaren 1973-1979 en in 1990-1991, en minder negatieve saldi in 1985-1986 en 1996-2000. Na 2000 is de stadsvlucht opnieuw fors toegenomen, met een voorlopig hoogtepunt in 2021. In dat jaar verloor het Brussels gewest 17,3 inwoners per 1.000 inwoners door interne migratie, mede als gevolg van de COVID-19-crisis. De toename sinds 2000 is vooral het gevolg van een stijging van de uitwijking (van 29‰ naar 37‰) en in veel mindere mate van een daling van de inwijking (van 22‰ naar 19‰) (Lesthaeghe et al, 1999; Willaert, 2009; figuur hieronder).
Data & methoden
Deze analyse gebruikt de volledige gemeente-naar-gemeente migratiematrix voor Vlaanderen en het Brussels gewest in de periode 1990-2025 (bron: provincies.incijfers.be), met jaarlijkse verhuisbewegingen (van individuele personen) tussen elke twee gemeenten. Om de cijfers relatief te maken, nemen we de midjaarpopulatie (gemiddelde van de bevolking op 1 januari van jaar x en jaar x+1) per gemeente voor elk jaar in de periode 1992-2026 (bron: Statistics Belgium) als noemer.
Methodologische opmerkingen
- We herleiden alle gegevens tot de meest recente indeling van gemeenten (i.e. na de gemeentefusies van 1 januari 2025).
- In de migratiematrix worden cellen met 1-4 verhuisbewegingen om privacyredenen aangeduid als “x”. Deze cellen worden bij de berekeningen gelijkgesteld aan 2,5 interne migraties.
- Cijfers vóór 2025 zijn samengevoegd tot perioden van 5 jaar (1995-1999, …, 2020-2024) en vervolgens omgerekend naar jaarlijkse migratiecijfers per 1.000 inwoners, zodat ze vergelijkbaar zijn met de migratiecijfers per 1.000 inwoners van 2025 (meest recente jaar).
- Verhuisbewegingen tussen Brussels gemeenten zitten niet in de migratiematrix van provincies.incijfers.be, en voor Wallonië is enkel het totaal (naar en vanuit elke Vlaamse gemeente) beschikbaar.
Resultaat
De twee kaarten hieronder tonen een duidelijke ruimtelijke verschuiving van de suburbanisatie vanuit het Brussels gewest:
- In de late jaren ’90 blijven de hoge positieve migratiesaldi (≥5‰) beperkt tot de gemeenten van de Vlaamse Rand rond Brussel. Van alle randgemeenten hebben enkel Wezembeek-Oppem, Tervuren en Overijse een iets lager migratiesaldo (4,6-4,9‰). Tegen 2025 is de ruimtelijke impact van de migratie vanuit Brussel merkbaar breder en intenser geworden, met uitlopers naar het westen (richting Aalst en Ninove) en naar het noorden (richting Willebroek).
- Die uitbreiding is nog meer uitgesproken als we kijken naar de iets lagere migratiesaldi (tussen 2 en 5‰). Terwijl de gemeenten met dergelijke migratiesaldi in 1995-1999 nog beperkt zijn tot ongeveer het arrondissement Halle-Vilvoorde, is de zone in 2025 fors uitgebreid tot Puurs-Sint-Amands en Boom in het noorden, de gemeenten Tienen en Landen in het oosten, en Wetteren, Herzele en Geraardsbergen in het westen. Ook de twee kustgemeenten Koksijde en Nieuwpoort hebben een matig positief migratiesaldo met Brussel.
- Het aantal gemeenten met een negatief migratiesaldo is de voorbije 30 jaar sterk afgenomen. Het zijn meestal afgelegen landelijke gemeenten die nog een negatief migratiesaldo met Brussel hebben; enkel de steden Leuven en Brugge vormen daarop een uitzondering.
De derde kaart geeft het verschil van het migratiesaldo per 1.000 inwoners van 1995-1999 minus het migratiesaldo per 1.000 inwoners van 2025, uitgedrukt in promillepunten. Dit is een samenvattende kaart die de intensiteit van de verandering van het migratiesaldo met Brussel tijdens de laatste 30 jaar weergeeft.
Er zijn tien gemeenten met een toename van minstens 9 promillepunten tussen 1995-1999 en 2025. Steenokkerzeel heeft met een verschil van 23,4 promillepunten veruit de hoogste toename. Eind jaren ’90 had deze gemeente nog een zeer negatief migratiesaldo met Brussel (-14,9‰), maar dat is in de 21ste eeuw sterk positief geworden (8,5‰ in 2025). De faciliteitengemeente Wezembeek-Oppem volgt met een stijging van 4,9‰ naar 19,3‰ (verschil van 14,4 promillepunten). Grimbergen heeft de derde hoogste stijging (+12,4 promillepunten). Daarna volgen Zaventem (+11,8), Machelen (+11,4), Kraainem (+11,2), Liedekerke (+11,1), Denderleeuw (+11,0), Ninove (+10,5) en Hoeilaart (+9,8).
Mogelijke toepassingen
Deze analyse brengt in beeld hoe verhuisbewegingen tussen Brussel en Vlaamse gemeenten doorheen de tijd en ruimte veranderen. Dat soort inzichten kan helpen om lokale migratie- en suburbanisatiepatronen beter te begrijpen. Werkt u aan een vergelijkbare vraag voor uw lokaal/regionaal bestuur, organisatie of bedrijf? Ik denk graag mee over een passende analyse of visualisatie.
Neem contact opDatabronnen
- Rijksregister, provincies.incijfers.be (PinC) – Migratiematrix
- Statbel – Totale bevolking per gemeente
Bron Statbel: CC BY 4.0. Eigen bewerking.
Bibliografie
- Lesthaeghe, R. et al. (1999), Brussel in de jaren negentig en na 2000: een demografische doorlichting, In E. Witte, A. Alen & H. Dumont (Red.), Het Statuut van Brussel/Bruxelles et son statut, De Boeck & Larcier, pp. 101-154
- Willaert, D. (2009), Verhuisbewegingen vanuit en naar de Vlaamse Rand rond Brussel, Interface Demography Working Paper 2009-5, Vakgroep SOCI, Vrije Universiteit Brussel